Wintersterfte onder bijenvolken

De winstersterfte onder bijenvolken had haar hoogtepunt rond 2010. In 2013 daalde het sterftepercentage van ruim 20% in het jaar daarvoor naar 15%. In de jaren daarna is het percentage verder gedaald naar 6,5% in de winter 2015-2016.

Met regelmaat onderzoekt de NBV hoe het is gesteld met de bijenvolken, zowel het n- als uitwinteren. Aan de hand van een beknopte vragenlijst wordt een beeld verkregen van de methodes om de varroamijten te decimeren en de sterkte van de volken. De wintersterfte, ofwel dood aangetroffen volken in het voorjaar, heeft vaak als oorzaak dat volken onvoldoende in staat zijn geweest eenn goed wintervolk op de been te krijgen. Als gevolg van een te geringe hoeveelheid bijen is het volk niet in staat in de wintertros de winterkou te troseren. 

Jaarlijks vindt in april het uitwinteringsonderzoek plaats door Bijen@Wur in samenwerking met de NBV en de laatste jaren ook met Imkers Nederland.

De internationale organisatie Coloss verzamelt jaarlijks wereldwijd data over bijenvolken. Voor Nederland werd dit jarenlang door het Nederlandse Centrum Bijenonderzoek (NCB) uitgevoerd. In 2019 voor het eerst door Bijen@WUR in samenwerking met Honeybeevalley, Universiteit in Gent (B))

 

Enquête inwinteren en oxaalzuurbehandeling december 2019

Conclusie

  • Bijna vijf procent van de aangesloten imkers hebben de enquete ingevuld. Deze 391 imker hebben in totaal 3966 volken ingewinterd.
  • De carnicabij is het populairste gehouden bijenras (33,5%), de Buckfastbij komt op de tweede plaats (24,8%). Een op de vijjf imkers (19,9%) heeft geen rasbij (35% in 2014).
  • Het sterftepercentage onder de volken bedroeg eind 2019 slechts 1,8%. Dit is lager dan de voorgaande twee metingen (2,3% in 2017 en 2,6% in 2016)
  • Van het totaal gaven 34 imkers aan niet te behandelen. Twee daarvan hadden elk twee dode volken.
  • De oxaalbehandeling is het meest populair met bijna 84% behandelaars (was vorige meting 88,5%). Daarop volgt de zomerbehandeling met bijna 81%. De darrenraatmethode wordt duidelijk minder toegepast met 45,2%.
  • Van alle imkers volgt 38% het volledige driegangenmenu. Een tweegangenmenu (zomer en winter) lijkt meer gebruikelijk te worden met 74%.=

Klik hier voor het volledige verslag > 

 

Zie voor de jaaroverzichten de linker kolom.
< < <